Halvering aantal wilde dieren in Nederland sinds 1990, stikstof grote boosdoener

Het gaat slechter dan ooit tevoren met de Nederlandse natuur op land. Sinds 1990 zijn de populaties wilde dieren in open natuurgebieden en op het boerenland gemiddeld gehalveerd. Het overschot aan stikstof is de belangrijkste oorzaak. Elke twee jaar brengt de organisatie in kaart hoe het gaat met de natuur in Nederland. Dit jaar is specifiek gekeken naar de gevolgen van stikstof voor dierpopulaties.

Op hoge zandgronden, zoals de Veluwe, zijn er zelfs 70 procent minder dieren dan in 1990. De teruggang treft vooral vogels, reptielen, vlinders en andere insecten. Stikstof uit de landbouw is de belangrijkste oorzaak, staat in een rapport van het Wereld Natuur Fonds Nederland.

 Vlinders op de heide

Vogelsoorten als de korhoen en de tapuit worden ernstig bedreigd, de duinpieper is al verdwenen en ook de boomleeuwerik lijdt volgens het WNF onder de stikstof. Sterke dalers onder de vlinders zijn de kleine heivlinder en het gentiaanblauwtje. Onder de reptielen gaat het slecht met de levendbarende hagedis.

In bossen is geen teruggang te zien. Daar zijn de dierpopulaties gemiddeld stabiel. In gebieden waar stikstofneerslag de afgelopen jaren daalde tot bijna het niveau waarbij natuur geen schade oploopt, blijkt de omvang van dierpopulaties met 24 procent gegroeid. De boomklever, bosuil en de glanskop leefden het meest op.

Herstel is mogelijk

Voor het Wereld Natuur Fonds is dat het bewijs dat herstel mogelijk is, ook in de open natuurgebieden die nu het meest lijden onder de gevolgen van stikstof. “Er zijn veel kansen om optimistisch te zijn, als er maar snel een omslag komt”, zegt directeur Schuijt. “We moeten nu gaan praten met boeren over natuurvriendelijke kringlooplandbouw. Ook moeten we ervoor zorgen dat de natuur veerkrachtiger wordt. Door natuurgebieden met elkaar te verbinden bijvoorbeeld.”

Aanvullend flora en fauna onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen

Onderzoek

Het rapport is van WWF, Naturalis Biodiversity Center, Stichting ANEMOON, EIS Kenniscentrum Insecten, FLORON, Nederlandse Mycologische Vereniging, RAVON, Sovon Vogelonderzoek Nederland, De Vlinderstichting en Zoogdiervereniging. De cijfers in het rapport komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.